Op 28 januari is het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) aangeboden aan de Tweede Kamer. De Wibz is een van de eerder aangekondigde maatregelen om niet-integere zorg- en jeugdhulpaanbieders aan te pakken. Na een kritisch advies van de Raad van State is het wetsvoorstel op verschillende punten aangepast. In deze analyse informeren we u over de belangrijkste wijzigingen.
Doel en aanloop naar het aangepast wetsvoorstel
Het doel van de Wibz is het beter borgen van een integere bedrijfsvoering door zorg- en jeugdhulpaanbieders. Daartoe introduceert de Wibz bepalingen om een integere bedrijfsvoering te borgen en voorwaarden te kunnen stellen aan het uitkeren van winst door zorg- en jeugdhulpaanbieders. Ook krijgen de NZa en de IGJ extra handvatten om te handhaven en toezicht te houden op integere bedrijfsvoering. Dit laatste is een belangrijke ontwikkeling, mede gelet op mogelijke precedentwerking.
Vorig jaar had de Afdeling Advisering van de Raad van State uiterst kritische kanttekeningen geplaatst bij het eerdere wetsvoorstel. De Afdeling adviseerde zelfs van het wetsvoorstel af te zien, als er geen nadere motivering voor de noodzaak zou volgen. Mede hierdoor is het wetsvoorstel aangepast op de volgende onderdelen:
- Duidelijkere normen voor integere bedrijfsvoering
De oorspronkelijke brede open norm is vervangen door twee specifieke normen. Deze normen sluiten beter aan op de problematiek en beogen proportioneel van aard te zijn:
- Zorg- en jeugdhulpaanbieders moeten bij financiële transacties met verbonden partijen eerlijke, marktconforme voorwaarden hanteren.
- Zij mogen geen onverantwoorde financiële risico’s nemen bij het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen.
2. Uitbreiding en verduidelijking van de probleemanalyse
De memorie van toelichting is uitgebreid met casuïstiek, signalen uit de media, rapporten van toezichthouders en onderzoeksrapporten. Daarnaast is verduidelijkt dat niet-integer gedrag moeilijk objectief vast te stellen is en dat aanbieders momenteel niet verplicht zijn relevante informatie te verstrekken. Ook wordt het argument aangevoerd dat de NZa over onvoldoende wettelijke bevoegdheden beschikt om ontwijkconstructies en niet-marktconforme transacties te onderzoeken.
3. Beperking van de reikwijdte van het wetsvoorstel
Het wetsvoorstel richt zich nu alleen op de meest risicovolle situaties en gedragingen waarover de meeste klachten zijn ontvangen.
4. Aanvullende onderbouwing van de noodzaak van de wet
De memorie van toelichting is aangepast om duidelijk te maken dat bestaande wetgeving (Wkkgz, Wtza, Jeugdwet, Wmg) geen afdwingbare normen bevat om de gesignaleerde risico’s aan te pakken. De Wibz is een aanvulling hierop.
5. Verduidelijking van de regels voor winstuitkering
De specifieke voorwaarden voor winstuitkeringen zijn op wetsniveau vastgelegd in plaats van in lagere regelgeving. Dit biedt investeerders en andere belanghebbenden meer rechtszekerheid.
6. Aanpassing rondom disfunctionerende bestuurders en toezicht
De toelichting is aangevuld over de afwegingen bij het weigeren of intrekken van vergunningen vanwege disfunctionerende bestuurders of toezichthouders. De regering benadrukt dat de gevolgen voor continuïteit en toegankelijkheid van zorg per geval moeten worden afgewogen. Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om preventief in te grijpen bij bestuurders met een verleden van wanbestuur, in plaats van pas achteraf te handhaven.
Wat is niet aangepast?
De Raad van State had ook een paar suggesties die het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) niet heeft overgenomen:
- Geen verplichte zelfregulering via de Governancecode Zorg: de regering kiest ervoor om de normen in de wet zelf vast te leggen, omdat deze duidelijker en beter handhaafbaar zijn dan de principes uit de Governancecode.
- Geen uitzonderingen voor kleine zorgaanbieders: de regering vindt dat alle aanbieders zich aan dezelfde regels moeten houden, ongeacht hun grootte. Wel kan er verschil worden gemaakt in de manier van toezicht.
Wat regelt de Wibz?
De wet scherpt ten eerste het begrip winstuitkering aan, waardoor alle verschillende vormen van winstuitkeringen die risico’s vormen voor de zorg onder het begrip vallen. Dit geldt bijvoorbeeld voor excessieve vergoedingen voor een lening of een geleverde dienst of de winst die een aandeelhouder maakt bij de inkoop van eigen aandelen.
Verder blijft door het wetsvoorstel het verbod op bepaalde categorieën zorgaanbieders (intramurale zorgaanbieders) bestaan. Hieronder vallen met name zorgaanbieders in de Wlz. Het wetsvoorstel creëert wél een aantal voorwaarden voor zorg- en jeugdhulpaanbieders en onderaannemers die winsten mogen uitkeren. Hieronder vallen met name extramurale aanbieders, zoals huisartsen, tandartsen en aanbieders van kraamzorg.
De acht voorwaarden zijn:
- De kwaliteit van zorg is op orde;
- de zorgaanbieder heeft een clienttevredenheidsonderzoek waarvan de resultaten openbaar zijn gemaakt;
- er bestaat een rechtmatige bedrijfsvoering;
- er zijn geen boetes of maatregelen opgelegd door de NZa;
- het bestuur en interne toezichthouder zijn akkoord;
- redelijkerwijs is te voorzien dat er geen nadeel ontstaat voor de kwaliteit van zorg;
- redelijkerwijs is te voorzien dat er geen nadeel ontstaat voor schuldeisers;
- de financiële gezondheid van de aanbieder is op orde.
Extra weigerings- en intrekkingsgronden Wtza
Verder wordt de screening door de IGJ en NZa van zorgaanbieders ‘aan de voorkant’ verstevigd zodat sneller kan worden ingegrepen bij de toelating van nieuwe zorgaanbieders. Het voorstel introduceert een aantal weigerings- en intrekkingsgronden van een vergunning voor zorginstellingen die willen starten met zorg verlenen. Dit gebeurt door de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) uit te breiden.
De weigerings- en intrekkingsgronden voor de vergunning worden uitgebreid op de volgende vijf punten:
- Overtreden norm voor van betekenis zijnde transacties.
- Het niet verlenen van goede zorg (artikel 2 van de Wkkgz).
- Disfunctionerende leden van de dagelijkse of algemene leiding, interne toezichthouders of personen met anderszins zeggenschap.
- Het niet beschikken over een deugdelijke administratie.
- Onvoldoende borging van een goed en rechtmatig functioneren van de zorgaanbieder.
Wat regelt de Wibz nog meer?
De wet legt vast dat zorgaanbieders geen onverantwoorde financiële risico’s mogen nemen. Dit moet voorkomen dat private investeerders te veel invloed krijgen op de zorg. De NZa krijgt de bevoegdheid om hierop toezicht te houden.
Ook moeten zorgaanbieders eerlijke marktvoorwaarden hanteren bij financiële transacties met andere partijen. De NZa krijgt de taak om dit te handhaven.
Uitzonderingen op het verbod van winstuitkering
Er zijn enkele uitzonderingen op het verbod, bijvoorbeeld als de winst wordt geschonken aan een andere zorginstelling zonder winstoogmerk. Ook kunnen partijen die samenwerken hun opbrengsten eerlijk verdelen. Verder worden situaties waarin een winstuitkering gelijk te stellen is met de inkomsten uit arbeid, of waarin dat onderscheid niet goed kan worden gemaakt uitgezonderd.
Wat betekent dit voor jeugdhulpaanbieders en onderaannemers?
- Voor jeugdhulpaanbieders geldt geen winstuitkeringsverbod. De wetgever acht de invoering van een winstuitkeringsverbod voor jeugdhulpaanbieders verder ook niet proportioneel[1], vanwege de grote verschillen tussen de jeugdhulpsector en de overige sectoren in de zorg.
- Het huidige winstuitkeringsverbod geldt momenteel op grond van de WTZi alleen voor hoofdaannemers. Onderaannemers zijn dus niet gebonden aan het verbod. De wetgever vindt het introduceren van een winstuitkeringsverbod op dit moment een te ingrijpende maatregel, omdat momenteel niet voldoende inzichtelijk is hoe vaak deze praktijken voorkomen en hoe hoog de winstuitkeringen zijn. De regering werkt wel aan het verkrijgen van meer inzicht in de constructies met onderaannemers in de zorg[2].
Hoe verder?
De Wibz staat niet op zichzelf en is een onderdeel van een breder pakket aan maatregelen die de regering en de sector zelf al hebben getroffen om een integere bedrijfsvoering door zorg- en jeugdhulpaanbieders te borgen. Denk hierbij aan o.a. de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en het Uitvoeringsbesluit Wtza, de Governancecode Zorg 2022 en de Wmcz 2018.
Het is nog onduidelijk wanneer de Wibz door de Tweede Kamer in behandeling wordt genomen. Als de Tweede Kamer instemt – wat in de lijn der verwachting ligt – moet daarna de Eerste Kamer haar goedkeuring geven. BOUF Legal houdt u op de hoogte van alle ontwikkelingen.
Lees hier de memorie van toelichting: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3A36686
Lees hier de reactie van minister Agema op het RvS-advies: https://www.raadvanstate.nl/adviezen/@142487/w13-24-00046-iii/
[1] Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2024). Memorie van toelichting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 686, nr. 3, blz. 10
[2] Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2024). Memorie van toelichting. Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 686, nr. 3, blz. 15