Maarten Hijink (SP) heeft in maart een initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Zorgverzekeringswet en enkele andere wetten ter internetconsultatie gelegd. Hij wilt hiermee het verplicht en het vrijwillig eigen risico afschaffen.

Doel

Hijink concludeert dat de principes die ten grondslag liggen aan het eigen risico (kostenbewustzijn en remgeld) niet langer standhouden nu de Kamer reeds meerdere keren heeft onderkend dat de stapeling van zorgkosten niet neergelegd mag worden bij mensen die de pech hebben ziek te worden. Om deze redenen stelt Hijink voor om het eigen risico af te schaffen. Dit geldt zowel voor het verplicht eigen risico als voor het vrijwillig eigen risico.

Er zijn alternatieven mogelijk om de problemen van een onrechtvaardige verdeling van zorgkosten en onwenselijke zorgmijding aan te pakken, zoals het bevriezen, hervormen of verlagen van het eigen risico. Volgens Hijink zijn echter geen van deze alternatieven in staat dit probleem volledig weg te nemen.

Waarom?

Volgens Hijink zorgt het verplicht eigen risico binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) ervoor dat de kosten van de zorg voor een groter deel worden gedragen door mensen die veel zorg nodig hebben. Hierdoor dragen mensen met meer gezondheidsproblemen een zwaardere last.

Het verplicht eigen risico is daarnaast ook een prikkel voor mensen om noodzakelijke zorg te mijden, aangezien dit hen op korte termijn geld bespaart. Uit cijfers van het NIVEL1 blijkt bijvoorbeeld dat 9% van de mensen in 2019 zorg meed vanwege de kosten. Op de langere termijn kan deze zorgmijding er echter voor zorgen dat medische problemen niet op tijd worden behandeld.

Daarnaast creΓ«ert het vrijwillig eigen risico een mogelijkheid voor mensen die weinig zorg gebruiken om zich gedeeltelijk te onttrekken aan de solidariteit binnen de Zvw. Bovendien stelt het mensen die er gebruik van maken bloot aan een groter financieel risico, omdat zij geconfronteerd kunnen worden met hogere eigen betalingen, op het moment dat zij onverwacht toch zorg nodig hebben.

Hoe?

Het wetsvoorstel regelt de afschaffing van het verplicht eigen risico en het vrijwillig eigen risico binnen de Zvw. Om dit te bereiken moeten de artikelen 19, 20, 21 en 22 uit de Zvw worden geschrapt. Ook moeten enkele andere wijzigingen doorgevoerd worden om ongewenste effecten met betrekking tot de betaalbaarheid van de premie te voorkomen.

Het afschaffen van het eigen risico zou in het huidige systeem worden gedekt door een hogere nominale premie. Heijink acht dit onwenselijk en stelt daarnaast voor om de financieringssystematiek van de Zvw (zorgverzekeringswet) te wijzigen.

Het aandeel van de financiering van de inkomensafhankelijke bijdrage wordt daarbij verhoogd van 50% naar 53%, waarbij de aftoppingsgrens wordt afgeschaft zodat de allerhoogste inkomens of hun werkgevers hun eerlijke deel gaan bijdragen. Daarnaast wordt er een extra rijksbijdrage van 4% geΓ―ntroduceerd. Hierdoor daalt het aandeel van de nominale premie en de rijksbijdrage kinderen naar 43%, waardoor de nominale premie niet hoeft te stijgen, maar zelfs licht kan dalen bij gelijkblijvende zorguitgaven.  

Om te voorkomen dat de extra bijdrage uit de Begroting van VWS zorgt voor tekorten op andere plekken binnen de Begroting van dit Ministerie stelt Heijnink voor om dit te compenseren via een additionele bijdrage aan deze begroting vanuit de algemene middelen. Deze additionele bijdrage vanuit de algemene middelen kan echter niet direct worden geregeld in dit voorstel van wet. Dit zal moeten worden gebeuren via de begroting voor het jaar van inwerkingtreding. Heijink kan zich voorstellen dat dit bedrag kan worden gefinancierd via een verhoging van de winstbelasting of elders via het belastingstelsel.