Eind mei heeft de Tweede Kamer met een kleine meerderheid ingestemd met een wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet tot het verplicht stellen van een vertrouwenspersoon. Onder meer VVD en BBB stemden tegen de wet. De oorspronkelijke initiatiefwet van kamerlid Maatoug (GroenLinks) verplicht alle werkgevers om een vertrouwenspersoon aan te stellen. Dit geldt ook voor de zorgsector. Uitgezonderd zijn ondernemingen met minder dan 10 werknemers, vrijwilligersorganisaties zonder betaalde medewerkers en zzp-ers.

Waarom?

Op dit moment heeft niet elke werknemer toegang tot een vertrouwenspersoon en hebben vertrouwenspersonen vaak een onvoldoende verankerde positie in een organisatie. Doel van het wetsvoorstel is om hierin verandering te gaan aanbrengen, waarbij de inspectie SZW meer mogelijkheden krijgt voor toezicht en handhaving hierop.

Uitgangspunten

  • Het wetsvoorstel regelt dat de werknemer die in de arbeidssituatie is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen zich kan wenden tot een vertrouwenspersoon.
  • Er wordt een aantal basistaken van de vertrouwenspersoon vastgelegd, zoals het opvangen, begeleiden en adviseren van de werknemer en het eventueel doorverwijzen naar een hulpverlener.
  • De mogelijkheid om een externe vertrouwenspersoon in te schakelen wordt opgenomen in de wet. Dit biedt een uitweg voor kleine organisaties die dit zelf niet intern kunnen regelen.
  • De vertrouwenspersoon moet beschikken over voldoende deskundigheid en ervaring, en moet daarin worden ondersteund door de werkgever.
  • De wet is niet van toepassing ten aanzien van werknemers die gezamenlijk niet meer dan 40 uur per week arbeid verrichten voor de werkgever. Dit betreft bijvoorbeeld particulieren die een wekelijkse huishoudhulp hebben of in het kader van een persoonsgebonden budget een zorgverlener inschakelen. Formeel worden deze particulieren als werkgevers gezien waar de werknemer arbeid voor verricht.

Hoe verder?

De Raad van State was in haar advies kritisch over de aanstelling van vertrouwenspersonen bij ondernemingen met minder dan 10 werknemers. Dit zou namelijk leiden tot een verhoging van de administratieve en financiΓ«le lasten voor werkgevers. Om deze reden is een amendement ingediend om de reikwijdte – zolang  er geen nadere algemene maatregel van bestuur die anders bepaalt in werking treedt –  te beperken tot organisaties met ten minste 10 werknemers. Dit amendement is met een flinke meerderheid aangenomen. Via een evaluatie zal in beeld worden gebracht of de verplichting ook moet gaan gelden voor organisaties tot en met 10 werknemers. Daarbij wordt bekeken wat ervoor nodig deze verplichtstelling niet tot disproportionele extra lasten voor kleine bedrijven, stichtingen en organisaties met minder dan 10 werknemers te laten leiden.

Verder wordt nadere regelgeving uitgewerkt voor heldere criteria inzake de vereiste deskundigheid en onafhankelijkheid van vertrouwenspersonen. Tevens wordt onderzocht of in de toekomst ook zelfstandigen onder de reikwijdte van het wetsvoorstel dienen te vallen en op welke wijze de lastendruk specifiek bij MKB-bedrijven in kaart kan worden gebracht.