Minister Agema van VWS heeft afgelopen vrijdag gereageerd op kritische vragen van Tweede Kamerlid Paulusma (D66) over de bezuiniging op wijkverpleegkundige zorg. Volgens Agema is er echter geen sprake van een bezuiniging, maar van een ‘realistische bijstelling’ van het budget op basis van feitelijke uitgaven in de afgelopen jaren.

Realistische raming

De minister stelt dat de onderbesteding binnen de wijkverpleging aanleiding is geweest voor deze aanpassing. “Het gaat om middelen die niet aan wijkverpleging worden uitgegeven en anders zouden vrijvallen. Door ze nu te herbestemmen, blijven ze behouden voor de zorg,” aldus Agema.

Ze benadrukt dat er gesprekken zijn gevoerd met zorgverzekeraars, ziekenhuizen, huisartsen en andere veldpartijen. In deze gesprekken werd het belang van realistische ramingen onderstreept. “Het kabinet vindt het cruciaal dat begrotingen aansluiten bij de werkelijke uitgaven, zonder dat dit ten koste gaat van de zorgverlening.”

Achtergrond en kritiek

Kort voor het kerstreces kondigde Agema een bezuiniging aan op opleidingen voor medisch-specialistische zorg. Dit leidde tot forse kritiek vanuit de sector, waarna zij op zoek ging naar een alternatieve besparing. Agema heeft toen gezegd dat ze niet weer een nieuwe groep in de zorg boos wil maken, maar dat is niet gelukt. De keuze om het budget voor wijkverpleging aan te passen stuit eveneens op weerstand. Verschillende branche- en beroepsverenigingen vrezen dat de bezuiniging het Integraal Zorgakkoord (IZA) onder druk zet en voor extra problemen zorgt in de wijkverpleging.

Volgens Agema wordt de raming van de uitgaven voor wijkverpleging beter afgestemd op de werkelijke besteding. “In de Ontwerpbegroting VWS 2025 hebben we al een eerste stap gezet door de uitvoeringscijfers kritisch te herzien. Hierdoor blijft de financiële ruimte voor de wijkverpleging behouden voor de zorg.”

De onderschrijding in de wijkverpleging is volgens Agema deels te verklaren door de overgang van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet in 2015. Sindsdien wordt efficiënter zorg ingezet, waarbij wordt gekeken naar wat mensen zelf nog kunnen. Daarnaast zorgt de krappe arbeidsmarkt ervoor dat zorgaanbieders zorg noodgedwongen selectiever moeten toewijzen. Dit leidt ertoe dat er jaarlijks budget overblijft, dat nu wordt ingezet voor andere zorgkosten.

Geen nadelige gevolgen voor zorgverlening

De minister verzekert dat deze financiële herverdeling geen negatieve gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van wijkverpleegkundige zorg. “De groeiruimte blijft op 3,5% per jaar, en zorgverzekeraars blijven investeren in de wijkverpleging zoals afgesproken in het Integraal Zorgakkoord (IZA).” Agema stelt bovendien dat deze wijziging geen invloed heeft op de personeelstekorten. “Het budget blijft groeien en de eerstelijnszorg wordt versterkt.”

Hoe verder?

De aanpassing van het budget zal ongetwijfeld ter discussie komen tijdens de behandeling van de VWS-begroting in de Eerste Kamer op 1 april. BOUF Legal houdt u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.